Stap 1/ Los de gist en de suiker op in het water in een kom. Laat het mengsel 5 minuten staan en roer het even door. Laat nog 5 minuten staan tot de oppervlakte licht begint te schuimen. De gist is nu actief.

Stap 2/ Zeef de bloem boven een ruime kom en maak een kuiltje in het midden. Giet hierin het gistmengsel en 2 eetlepels van de olie. Werk met een houten lepel (of bolle kant van een deegschraper) de bloem in de kuil en meng alles tot een samenhangend deeg. Voeg het zout toe en kneed verder met je handen op het aanrecht.

Stap 3/ Deeg kneden vergt aandacht en tijd. Maak telkens een bal van het deeg en druk deze met de palm van je hand uit over het aanrecht. Zo rek je de gluteneiwitten op in het deeg en kunnen ze een stevig en elastisch netwerk vormen. Vouw de uitgerekte deeglap weer terug tot een bal, draai een kwartslag en druk weer uit. Kneed het deeg ± 15 minuten op deze manier: uitdrukken, opvouwen, draaien, uitdrukken, etc. (kneden met de deeghaak van de staande mixer kan ook, reken op 5 – 10 minuten). Het deeg is goed als het elastisch is en makkelijk terugveert als je er een vinger in drukt. Ook kun je tussen je duimen en wijsvingers een klein bolletje deeg uit elkaar trekken. Als je er een flinterdun, bijna doorzichtig, vliesje van kunt vormen, is het deeg goed.

Stap 4/ Maak een bal van het deeg en druk een paar keer de zijkanten van de bol strak met je handen onder het deeg (opbollen). Dit is belangrijk, omdat je hiermee de bovenkant (wat ook de bovenkant van het brood wordt) glad trekt en alle oneffenheden onder het deeg duwt. Doe de rest van de olie in een kom en haal de gladde bovenkant van het deeg door de olie. Zet de bol met de bovenkant naar boven in de kom en smeer al het deeg goed in met olie. Dek de kom af met plasticfolie en laat een uur rijzen op kamertemperatuur tot het in volume is verdubbeld.

Stap 5/ Verwarm de oven 15 minuten voor op 220 °C conventioneel of 200 °C hete lucht. Bij voorkeur met een ovensteen (zie dit blog).

Stap 6/ Duw het deeg plat en verdeel het in vier gelijke stukken. Rol ze uit op een met bloem bestoven aanrecht tot ovale dunne plakken van 20 x 30 cm. Ze moeten echt goed dun zijn, dat maakt een flammenkuche anders dan een pizza.

Stap 7/ Smeer de deegplakken in met ¼ van de crème fraîche en houd 1 cm van de randen vrij. Beleg ze vervolgens met de coppa di parma, de perzik, walnoten en uien.  Bak ze circa 15 minuten in het midden van de oven (of op een ovensteen*). Verdeel ten slotte de rucola over de flammkuche, snijd ze elk in drie stukken en serveer.

Lekkerder leren koken?

Wil jij je kookkennis verbeteren en lekkerder leren koken? Abonneer je dan hier op de nieuwsbrief die elke maand verschijnt.